‘Zoals wij nu praten, zo praat hij Turks’

Vier procent van de Macedonische bevolking is van Turkse afkomst. De kans dat je in het zuidwesten van het land een Albanees tegen het lijf loopt is aanzienlijk groter, aangezien ongeveer een kwart van de twee miljoen inwoners uit Albanezen bestaat. Toch is de Turkse cultuur, dankzij bijna vijf eeuwen Osmaanse overheersing in de regio, van veel grotere invloed op het dagelijkse leven van de moderne Macedoniër. De manier waarop verschilt alleen per persoon.

Zo had een Macedonische vriendin vijf jaar een relatie met een ‘Turčin’. Hun families hebben het nooit geweten.

Bussen vol jongeren vertrekken hier jaarlijks naar Turkse badplaatsen als Izmir en Bodrum, gelokt door de luxueuze resorts die nationale trekpleister Ohrid ontbeert.

Een taxichauffeur begon laatst uit zichzelf, nadat de radio berichtte over het hoge percentage huiselijk geweld in het land, zijn normen en waarden te bespreken. Wat hij hoorde vond hij beschamend, verwerpelijk. Hij kwam zelf uit een liefdevol gezin en trachtte zijn eigen kinderen goed op te voeden. ‘Ze luisteren naar me,’ zei hij, ‘en mijn jongste kan zelfs vloeiend Turks. Zoals wij nu praten, zo praat hij Turks!’

Opmerkelijk, want de meeste Macedoniërs spreken geen Turks. Een handjevol woorden hoogstens, die in de taal zijn geslopen en zo ingeburgerd zijn geraakt dat niemand het nog over oorsprong heeft – neem burek (een populair deeggerecht), masallah (prachtig, wow) of aman (goede genade). Woorden die beklijven wisselen doorgaans moeiteloos van nationaliteit.

Nog voordat de chauffeur een verklaring kon geven, nam ik onbewust aan dat hij Turkse voorouders had en zijn zoon om die reden tweetalig opvoedde. ‘Een paar van zijn buurjongetjes zijn Turks,’ klonk het echter trots, ‘hij wil met iedereen kunnen spelen en dat moedig ik aan. Anders leren we het nooit.’ Ik wist dat hij op een geslaagde multiculturele samenleving doelde, iets waar lang niet altijd sprake van is, getuige enkele confrontaties tussen de verschillende bevolkingsgroepen de afgelopen jaren.

Mijn oma’s moeder werd geboren in 1903, het jaar dat Macedoniërs voor het eerst, hoewel niet bepaald succesvol, in opstand kwamen tegen hun bezetters. Pas na de Balkanoorlog van 1913 kwam er definitief een eind aan de Turkse dominantie in de Balkan en hoewel Macedonië werd verdeeld tussen buurlanden Bulgarije, Servië en Griekenland en er dus opnieuw sprake was van onderdrukking, wordt nog elk jaar onder de naam ‘Ilinden’ de revolutie van 1903 gevierd. Het is niet vreemd dat mijn oma, geboren in 1937, opgroeide met de gedachte: de Turken, dáár zijn we na vijf eeuwen in ieder geval voorgoed van af.

Als ik haar vraag of ze zin heeft in Tursko kafe, zegt ze: ‘Ik drink Macedonische koffie’, dat zoveel betekent als dezelfde koffie zetten en die voortaan niet Turks noemen. Dat ze me met alle liefde wil leren hoe je Macedonische baklava maakt, staat buiten kijf.

Ook mijn peettante wierp een interessante gedachte op, waar het Macedoniërs en Turken betrof. Ze vertelde over delegaties uit Turkije die al jaren naar het niet bepaald florerende Macedonië komen om hotels te bouwen en privéklinieken op te zetten, te adviseren over publieke voorzieningen en meer groen in de stad.

‘Kijk naar Istanbul. Kijk naar hoe goed ze de zaken híer aanpakken’, zei ze, met minachting voor de corruptie in Macedonië dat van haar volk luie en onverschillige mensen maakte. ‘Stel je voor dat we nu nog onder het Turkse gezag leefden, hoe welvarend waren we nu dan niet geweest?’

Een stuk welvarender waarschijnlijk. En minstens zo nationalistisch, vermoed ik, wanneer er opnieuw voor onafhankelijkheid gestreden zou moeten worden.