Meer high-fives dan opgestoken duimen

Macedoniërs zijn fysiek ingesteld. Dat merk je alleen al aan de manier waarop ze je begroeten. Een verre tante knijpt in je wang en kust je op diezelfde plek, liefst met vochtige lippen. Een oude schoolvriend die je gisteravond nog zag, valt je vandaag in de kroeg opnieuw in de armen – blij dat je er wéér bent. Meer high-fives dan opgestoken duimen in het straatbeeld. Minstens zoveel mannen boven de zestig die elkaar knuffelen en zoenen als dat er in het hele land homofoben rondlopen. Zwaaien: alleen geoorloofd wanneer een externe macht je fysiek van de ontmoeting weerhoudt. Het is hier, kortom, enorm gezellig.

En hoe inniger de relatie, hoe lijfelijker het contact.

Vriendinnen vragen me hun rug in te smeren voor het zonnen. Terwijl ze praten, voel ik hun handen op mijn arm. Nadat ze zeggen dat mijn haar zo mooi glanst, pakken ze een pluk en laten ze die door hun ranke vingers glijden. Ze geven me spontaan een kus als ze vinden dat ik iets liefs heb gezegd. Ik protesteer nooit. Aangeraakt worden is prettig. En doodnormaal, als je je hier onder mensen begeeft.

Ik vergeet alweer bijna hoe het in Nederland was; vaak onderdrukte ik mijn enthousiasme wanneer ik een vriend of kennis zag, deed ik cool, een beetje onverschillig zelfs. Omdat ik dat gewend was. Maar hier gaat dat gewoonweg niet. Mannen, vrouwen, kinderen reiken met hun lichamen constant naar elkaar of slaan hun armen om elkaar heen ter bevestiging van een niet eens zo lang geleden gesloten broeder- of zusterschap. Warmte op de huid is warmte in de ziel.

Laatst las ik dat psycholoog Sidney Jourard in de jaren zestig cafégesprekken tussen vrienden bestudeerde, op verschillende plekken in de wereld, en dat hij ontdekte dat het bij Amerikanen tijdens een gesprek slechts twee keer tot een aanraking kwam. In dezelfde tijspanne hadden Franse vrienden al honderdtachtig keer fysiek contact met elkaar gelegd.

Honderdtachtig keer, ook wat overdreven. Of niet?

Ik besloot erop te letten. Ik bestudeerde mensen tussen wie ik vriendschap vermoedde. Op het terras, in de kroeg, lopend door smalle winkelstraten. Mensen hielden elkaar vast, op hun eigen manier, passend bij leeftijd en onderlinge relaties. Vriendinnen liepen hand in hand zonder er een statement mee te willen maken, omarmden elkaar innig bij afscheid. Vrienden stoeiden al wandelend door het winkelcentrum, porden elkaar als er iets ontbloots in hun vizier kwam. Ze gloeiden van de pret.

De tel raakte ik kwijt. Ik geloofde het wel.