Liever dood dan bekeerd

Nog even over de Turken.

Want in mijn vorige stuk wees ik op de opstand van 1903, Ilinden of de dag van Heilige Ilias, die op 2 augustus uitbrak in de omgeving van Bitola, een plaats dicht tegen de Griekse grens. Wel: uit een Macedonisch toneelstuk van drie jaar eerder, in 1900, wordt onder andere duidelijk waarom een revolutie tegen de Turken onafwendbaar was.

De eerste tekenen van het afbrokkelende Osmaanse gezag waren halverwege de negentiende eeuw al zichtbaar. Toch was Macedonië aan het einde van die eeuw een van de weinige gebieden die nog Osmaans was; Servië en Griekenland werden in 1830 al onafhankelijk, Bulgarije in 1870. Die stonden op hun beurt weer klaar om Macedonië van de Turken over te nemen, wat daadwerkelijk gebeurde toen het land na de Balkanoorlog van 1913 in drie niet per se gelijke stukken werd gedeeld.

Er was, kortom, opwinding over aan wie Macedonië toebehoorde, ook wel ‘de Macedonische Kwestie’ genoemd. De Macedoniërs waren er heus wel mee bezig. Maar eerst moesten de Turken worden verdreven, dat was al heel wat.

Want de weerzin zat diep.

Het was genoeg geweest, na al die eeuwen.

En vergis je niet, dat kwam al een tijdje naar voren in volksliederen, gedichten en toneelstukken. Vojdan (Popgeorgiev) Černodrinski (1875-1951) schreef ze, onder andere. Sterker nog: hij was de eerste auteur die in het Macedonisch over zijn bezette vaderland schreef.

Černodrinski had geen makkelijke jeugd. Vanwege opstootjes van zijn vader met Albanese criminele bendes, helemaal niet ongewoon in West-Macedonië in die tijd, werden de eerste vijftien jaar van zijn leven getekend door een hoop verhuizingen. Toen zijn familie in 1890 dan eindelijk neerstreek in Bulgarije, begon de puber over zijn ervaringen te schrijven.

Zijn bekendste en meest geroemde drama werd Makedonska krvava svadba (Een bloedige Macedonische bruiloft), uitgebracht in 1900. Vojdan, op dat moment vijfentwintig, zette vlak daarna een professioneel Macedonisch theater op: ‘Stolčiiot Makedonski teatar’. Een verademing voor de Macedoniërs die in Bulgarije woonden, want ze konden zich in geen enkele andere publieke ruimte tot de Macedonische taal en problematiek verhouden.

De stukken die Černodrinski rond de eeuwwisseling schreef, worden vaak als revolutionair bestempeld. Een geëngageerd theater als dat van hem ontbreekt namelijk in de culturele contreien van nabijgelegen landen. De schrijver zou in de daaropvolgende jaren trouw blijven aan politieke onderwerpen die het Ottomaanse verleden en het Macedonische lot verenigen.

In het voorwoord van Makedonska krvava svadba schrijft Černodrinski dat hij over de bloedige geschiedenis van Macedonië heeft willen schrijven.

Die wás bloederig, wanneer je je verzette tegen de machthebbers.

Het verhaal speelt zich af in het bezette Macedonië en gaat over het meisje Cveta, die wordt ontvoerd door een Osmaanse ‘bey’ (rond deze tijd kreeg ‘bey’ of ‘bei’ eenzelfde soort betekenis als het Engelse ‘sir’). Al in de eerste scène wordt de aanklacht tegen het Ottomaanse gezag duidelijk, bijvoorbeeld wanneer Cveta’s broer Duko Turken met een zojuist gevangen slang vergelijkt:

Zdrobi i glaata, napraj i na parčinja,
ako mojt neka kasat posle.
Taka trebit i na Turcite da im storime
za da ne kasaat.

Verbrijzel ook de kop, hak het in stukjes,
laat ze dan maar bijten, als ze kunnen.
Zo moeten we het ook doen met de Turken
zodat ze niet gaan bijten.

Dankzij Cveta’s standvastigheid lukt het de Turk niet het islamitische geloof aan haar op te dringen. De dorpelingen weten haar te bevrijden, maar wanneer ze op het punt staat met haar geliefde Spase te trouwen, stormt de bey met zijn gevolg het dorp binnen en schiet hij zijn weggelopen bruid neer.

Cveta sluit het stuk af met de laatste woorden: ‘Ik ben doodgegaan, maar… Turkse ben ik niet geworden!’

Voor veel literatuurwetenschappers staat Cveta symbool voor het uithoudingsvermogen van de nationale (religieuze) identiteit. Cveta offert haar persoonlijke leven op, een luxueus leven als vrouw van een bey, in naam van het collectief: de in haar gemeenschap geldende religieuze normen en waarden.

Het toneelstuk werd een succes. De boodschap was duidelijk: je ging nog liever dood dan dat je je bekeerde – een gedachte die veel Macedoniërs zullen hebben gekoesterd toen ze in 1903 de strijd met hun bezetters aangingen.