Alles verandert wanneer er muziek in het spel is

Pas toen ik leerde wat het woord ‘migratie’ inhield, begreep ik hoezeer alle uithoeken van mijn familie erdoor waren beïnvloed. De grootouders van mijn oma kwamen in de negentiende eeuw vanuit Frankrijk en China naar Indonesië, een opmerkelijke verhuizing die nog altijd dient te worden uitgezocht, en mijn oma zelf verliet Indonesië voor de knappe Hollandse militair die een aantal jaar, zoals velen in de jaren veertig van de vorige eeuw, in Indië gestationeerd was geweest.

Aan mijn moeders kant volgde mijn oma haar kersverse man van Macedonië naar Servië. Beiden landen hoorden destijds weliswaar bij Joegoslavië, maar de zeshonderd kilometer afstand tussen grofweg het platteland en de stad betekende voor mijn oma, een simpel boerenmeisje uit een groot gezin, een wereld van verschil. Haar oudste dochter besloot vervolgens op haar twintigste, na in zowel Servië als in Macedonië te zijn opgegroeid, de traditie voort te zetten door op een in Macedonië rondfietsende Indisch-Nederlandse man verliefd te worden en met hem naar Nederland te emigreren. Deze exotische, beslist vol obstakels zijnde reizen en van romantiek en avontuur vervulde familiegeschiedenis eindigt in een doodgewoon Achterhoeks ziekenhuis met mijn geboorte.

Toch is mijn leven doordrongen van deze migratiegeschiedenis. Natuurlijk zie je aan mijn vader dat hij Indische roots heeft en dat ik die uiterlijke kenmerken nagenoeg mis omdat mijn Slavische kant geen gemixte relaties betreft. Maar dat zijn vanzelfsprekendheden waar ik niet dagelijks bij stilsta, behalve wanneer iemand mijn Indisch-Nederlands-Slavische samenstelling een ‘cocktail’ van verschillende culturen en rassen noemt. Dan kan ik niet doen alsof dat niet zo is, maar verzwijg ik, om het verhaal simpel en bijkans geloofwaardig te houden, de Franse en Chinese voorvaderen waar ook ik weinig weet van heb. Het zijn niet deze statische gegevens, zogenaamd voortdurend in mijn onderbewuste dolend, die invloed hebben op wat ik denk, zeg en doe. Er is iets anders, een vloeiend, altijd bewegend en veranderend fenomeen, dat me constant bewust maakt van mijn afkomst: taal.

Nu G. en ik tijdelijk in Macedonië wonen valt het meer op dan voorgaande jaren, dan wanneer we hier hoogstens twee weken de zomer vieren: er worden in dit huis van mijn oma vier talen gesproken. Nederlands natuurlijk, en Engels, omdat niet alle Nederlanders Macedonisch kunnen en niet alle Macedoniërs Nederlands. Degenen die Macedonisch spreken, doen dat omdat de meesten van ons daarin kunnen communiceren (zeven tegen drie) en we nu eenmaal in dit land verblijven. Toch zullen alleen zij die ook Servisch verstaan, doorhebben dat met name mijn oma, tante en moeder een mix van Servisch en Macedonisch hanteren – twee duidelijk van elkaar te onderscheiden talen. En dan is er nog mijn oma’s dorpse dialect, vooral in uitspraak zo hilarisch anders dan wat de rest spreekt dan wel verstaat, iets dat de boel aardig compliceert als je met zijn allen tegelijk de twee Nederlanders in het gezelschap proper Macedonisch wil leren. Alleen gebarentaal zou uitkomst bieden voor de miscommunicatie die er dagelijks onder dit dak ontstaat.

Ik heb me vaak verloren gevoeld door talen die ik niet tot in de puntjes beheerste. Eenzaam, zelfs. Want wanneer je een andere taal dan je moedertaal spreekt, verdwijnen de nuances die je anders zo bewust inzet om aan te geven hoe het met je intelligentie is gesteld. Hoe je karakter in elkaar steekt. Hoeveel je kunt bijdragen aan een serieuze discussie over politiek of de bedreigde flora en fauna van het eeuwenoude Ohridmeer. Met taal geef je aan of je humor bezit. Sarcasme kunt tonen, of ironie – toch wel de boter en zout van het leven. Maar niet alleen nuances verdwijnen. Iemand moeten overtuigen is lastiger in een taal die je alleen oraal hebt aangeleerd. Een opwellende ruzie met mijn tante breek ik doorgaans af; ik zou het in haar taal, die zij beter spreekt dan ik, altijd afleggen. Iets doen dat we beiden niet kunnen, breakdancen bijvoorbeeld, zou nog eerlijker zijn. Wat veracht ik die hulpeloosheid en dat miskende gevoel wanneer je niet precies kunt uitdrukken wat je voelt, dat uiteindelijk plaats maakt voor wederzijds onbegrip en vooroordelen die standhouden. Allemaal dankzij iets banaals als een taalbarrière. Mijn tante en ik zwijgen totdat dat we gezamenlijk kunnen lachen om iets dat geen vertaling behoeft.

Maar alles, echt alles verandert wanneer er muziek in het spel is. Muziek is melodie, een ritme, in zijn geheel een taal dat door instrumenten of een zangstem wordt gecommuniceerd en herbergt het cliché dat het de enige taal is die werkelijk iedereen begrijpt. Terwijl het juist een taal is die niemand hóeft te begrijpen. Op het moment dat we liedjes leren, melodieën meeneurieën, op ritmes bewegen waar je niet op dacht te kunnen bewegen, vinden we elkaar in een magisch midden waar geen plaats is voor discussies over het juiste woord of de meest correcte vertaling. Tekst, gezongen of gesproken, is geen vereiste om muziek mooi te vinden, om erdoor in vervoering te raken – zie hoe de concerten van Sigur Rós tot de nok toe vol staan met in trance geraakte, niet IJslands sprekende fans, en je weet dat er iets is dat taal als communicatiemiddel overstijgt.

Muziek, ja. O, muziek. Wanneer je eenmaal een Macedonisch liedje uit je hoofd hebt geleerd, kan je Macedonisch. In het Servo-Kroatisch zingend voel ik geen afstand tot de taal wier ingewikkelde grammatica ik maar nauwelijks onder de knie krijg. Als ik in het Frans wil zingen, doe ik dat. Ik zal elke nuance aanleren; niemand die me, zoals in een gesprek, kan wijzen op gebreken of een verkeerde meervoudsvorm. En als ik het Kaapverdisch Creools van Mayra Andrade’s liedjes zou leren, dan zou ik me verwant voelen met de Kaapverdische cultuur, meer nog dan wanneer ik zou weten hoe je in die taal een brood bij de bakker in Praia bestelt. Als ik naar het Spaans van de eigenlijk in Cuba geboren Mayra Andrade luister, of naar haar Franse, Engelse of Portugese liedjes – ook zij is zo’n cocktail van culturen en rassen – dan voel ik geen neiging woorden of zinnen te vertalen of iets te interpreteren dat uit haar sensuele stem en emotie toch allang te begrijpen viel.

In mijn meest fantastische dromen zing ik in alle talen die ik bij me draag. Foutloos, met een geperfectioneerde uitspraak, gebruikmakend van mijn gevoel en klankkleur om de boodschap over te brengen. Muziek is de enige taal die iedereen werkelijk begrijpt. Wanneer we thuis muziek luisteren of zingen, hoeven we elkaar een paar minuten lang even níet te begrijpen, te overtuigen of allerhande vooroordelen over elkaar in stand te houden. Onze achtergronden smelten samen: we zijn één, net zoals ik één ben met Mayra Andrade als ze me toezingt in een onbekende taal die me doet sidderen van geluk en janken van oneindige schoonheid.

Dit artikel verscheen vrijdag 27 juni op dagelijks muziekblog Nummer van de Dag.